Frequently Asked Questions

AKJ – vertrouwenspersonen in de jeugdhulp

Alle (pleeg)kinderen, (pleeg- of groot)ouders én verzorgers die te maken hebben met de jeugdhulp, hebben recht op een onafhankelijke vertrouwenspersoon. Daarvoor kun je terecht bij he tAKJ – vertrouwenspersonen in de jeugdhulp. Ondersteuning door de vertrouwenspersoon van het AKJ is gratis. Het AKJ is een zelfstandige stichting, hun vertrouwenspersonen zijn niet in dienst van een instelling voor jeugdhulp.

Wat kan de vertrouwenspersoon voor jou doen?

Het kan gebeuren dat je ontevreden bent over de hulp die je krijgt. Als je er niet uit komt met de hulpverlener van Knoest, neem dan contact op met een vertrouwenspersoon van het AKJ. Allereerst luisteren zij naar jouw verhaal. Soms helpt dat al. In ieder geval zal de vertrouwenspersoon je verhaal altijd serieus nemen. Zij of hij informeert je over je rechten en geeft advies. Ook kan de vertrouwenspersoon je ondersteunen bij het opstellen van een klachtbrief en bij een gesprek met Knoest.

Zo bereik je het AKJ

  • Bel naar 088 – 555 1000
  • Mail naar info@akj.nl
  • Chat met een vertrouwenspersoon via de website www.akj.nl. De chat is open van maandag t/m donderdag van 16.00-20.00 uur en op vrijdag van 15.00-17.00 uur.

Klachtenregistratie

Met ingang van 1 januari 2017 moeten alle zorgverleners een klachtenregeling hebben. Ook Knoest voldoet aan deze eis. Graag leggen we kort uit wat dit betekent.

Het kan voorkomen dat u een klacht heeft over de geboden zorg bij Knoest. Onze voorkeur gaat er allereerst natuurlijk naar uit dat u deze klacht rechtstreeks met ons bespreekt. Mocht u dat om welke reden dan ook niet prettig vinden, dan biedt Knoest aan gratis gebruik te maken van een onafhankelijke klachtenfunctionaris. Deze klachtenfunctionaris probeert te bemiddelen.

Indien de bemiddeling van de klachtenfunctionaris niet tot het door u gewenste resultaat leidt, kunt u zich wenden tot de onafhankelijke en erkende geschilleninstantie waar Knoest bij is aangesloten. Deze instantie is gemachtigd om bindende adviezen uit te brengen om zo tot een schikking te komen. Meer informatie is te vinden op de website van het NIBIG.

Wanneer u een klacht heeft kunt u contact opnemen met het NIBIG via klachten@nibig.nl. Zij zullen u informeren over de mogelijkheden en eventueel verdere procedure.

1. Wie mogen het dossier jeugdhulp van mijn kind inzien?

Er zijn verschillende groepen mensen die het dossier jeugdhulp van je kind mogen inzien. Sommigen hebben daarvoor toestemming nodig.

2. Wie mag onder welke voorwaarden het dossier jeugdhulp inzien?

De volgende personen mogen het dossier jeugdhulp inzien. Behalve als de jeugdhulpverlener vindt dat deze inzage de hulpverlening schaadt.

  • Je kind van 12 jaar of ouder als het zijn eigen belangen goed kan inschatten.
  • Ouders met gezag of de voogd als je kind nog geen 16 jaar is. Is je kind 16 jaar of ouder? Dan heb je voor inzage toestemming van je kind nodig.
  • Ouders met gezag of de voogd als je kind 16 of 17 jaar is en zijn eigen belangen niet goed kan behartigen.
  • Als je kind 18 jaar of ouder is en een curator of een mentor heeft, dan heeft deze inzagerecht.
  • Direct betrokken jeugdhulpverleners hebben geen toestemming nodig.
  • Anderen hebben alleen inzage met toestemming van:
    • de ouders met gezag of de voogd als het kind nog geen 12 jaar is;
    • je kind als het 12 jaar of ouder is en zijn eigen belangen goed kan inschatten;
    • de ouders met gezag of de voogd als het kind 12 jaar of ouder maar nog geen 16 jaar is en niet in staat is om zijn eigen belangen goed in te schatten. Deze personen mogen ook om een kopie of wijziging van het dossier jeugdhulp vragen.

3. Hoe regel ik jeugdhulp (jeugdzorg) voor mijn kind?

Voor jeugdhulp en ondersteuning bij de opvoeding van je kinderen, kun je terecht bij je gemeente. Gemeenten geven advies over jeugdhulp en zorgen voor de toegang tot de jeugdhulp. Zij bekijken samen met je kind welke hulp het beste is. De gemeente zorgt ervoor dat je kind de gekozen hulp daadwerkelijk krijgt.

4. Ik twijfel welk aanbod van Knoest geschikt is voor mijn kind.

Neem contact op met een medewerker van Knoest voor een vrijblijvende kennismaking. Wij kunnen met je meekijken om gezamenlijk tot een passende begeleidingsvorm te komen. Affiniteit met onze kernwaarden is van belang.

5. Is de training Rots & Water alleen voor kinderen met een jeugdhulpvraag?

Nee, de training Rots & Water die aangeboden wordt door Knoest is voor ieder kind/volwassene een mooie aanvulling op de opvoeding. Wel wordt er gewerkt aan gerichte doelen om zo veel mogelijk tools uit de training te halen die toegepast is op jouw vraag en behoefte.

6. Mag ieder kind meedoen met het vakantieaanbod van Knoest?

Iedere zomer is er een vakantieweek bij Knoest. Hier mogen kinderen van 6 tot 14 jaar aan deelnemen. De vakantiedagen worden aangeboden voor de kinderen van de groep en daarnaast ook voor kinderen extern. Je kunt de invulling van deze dagen zien op onze website onder het kopje ‘agenda’.

7. Wat houdt systeemgericht werken in bij Knoest?

We geloven dat vanuit een samenwerking met de volwassenen om een kind heen, een basis gecreëerd kan worden waar het kind zichzelf kan zijn en zich verder kan ontwikkelen. Dit betekent dat je bij Knoest een vast aanspreekpunt hebt voor alle vormen van begeleiding. Zo kan er snel geschakeld worden en ontstaat er geen ruis in de communicatie. Naast inhoudelijke begeleiding, zorgen we ook voor een afstemming met andere samenwerkingspartners (school etc.) of personen die belangrijk zijn in het leven van het kind.

8. Voor welke vormen van jeugdhulp gaan gemeenten een beschikking afgeven?

Gemeenten moeten in het kader van de Jeugdwet, in een verordening aangeven welke jeugdhulp in de gemeente vrij toegankelijk is en welke jeugdhulp niet. Voor de niet vrij toegankelijke jeugdhulp is naast een verwijzing van de huisarts, een individuele beschikking nodig van de gemeente.

9. Wat zijn de meest voorkomende vragen en problemen bij jeugdigen?

Het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) heeft tien veelvoorkomende vragen en problemen bij jeugdigen bijeengebracht die lopen van licht naar zwaar:

  • van dwars gedrag tot gedragsstoornis;
  • van kattenkwaad tot delinquentie;
  • van druk kind tot ADHD;
  • van bang tot angststoornis;
  • van dip tot depressie;
  • van plagen tot pesten;
  • van geen zin hebben in school tot schooluitval;
  • van experimenteren met tot misbruik van middelen;
  • van ongezonde levensstijl tot obesitas;
  • van sociaal onhandig tot autisme;
  • van moeilijk lerend tot een lichte verstandelijke beperking.

10. Wat zijn de meest voorkomende vragen en problemen in de opvoeding?

Het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) heeft zeven veelvoorkomende vragen en problemen in de opvoeding bijeengebracht die lopen van licht naar zwaar:

  • van hakken over de sloot tot onderwijsachterstand;
  • van pedagogische tik tot kindermishandeling;
  • van opvoedingsonzekerheid tot ondertoezichtstelling;
  • van enkelvoudig opvoedingsprobleem tot multi-probleemsituaties;
  • van hechtingsproblemen tot reactieve hechtingsstoornis;
  • van gamer tot computerverslaafde;
  • van gekibbel tot (v)echtscheiding.

11. Wat is de Jeugdwet?

De Jeugdwet is een wet die ervoor moet zorgen dat alle kinderen en jongeren gezond, kansrijk en veilig kunnen opgroeien. De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Jeugdwet. Zie ook: Jeugdhulp bij gemeenten op rijksoverheid.nl.

12. Waarom is er een nieuwe Jeugdwet?

In de oude situatie werden kinderen, jongeren en hun ouders niet altijd goed geholpen. De jeugdhulp was versnipperd: ouders en kinderen ‘verdwaalden’ in het systeem, zeker als ze meerdere problemen hadden waardoor ze met verschillende vormen van hulp te maken kregen, met elk een eigen financier en wettelijk kader. Met de nieuwe wet is er één kader en één financieringssysteem. Het doel van de nieuwe Jeugdwet is om de hulp efficiënter en effectiever te maken voor kinderen, jongeren en hun ouders. Het uiteindelijke doel is dat hun zelfredzaamheid wordt versterkt, zodat jongeren en hun opvoeders zoveel mogelijk hun eigen problemen zelf kunnen oplossen, met hulp van hun omgeving en zo nodig professionals.

13. Wat zijn de vijf doelen van de Jeugdwet?

De doelen van de Jeugdwet zijn:

  1. uitgaan van de eigen verantwoordelijkheid en eigen mogelijkheden van jeugdigen en hun ouders, met behulp van hun sociale netwerk;
  2. het versterken van het opvoedkundig klimaat in gezinnen, wijken, scholen, de kinderopvang en peuterspeelzalen;
  3. het bieden van de juiste hulp op maat, zodat gezinnen en kinderen minder een beroep hoeven te doen op (vaak duurdere) gespecialiseerde hulp;
  4. het bieden van integrale hulp aan gezinnen volgens het uitgangspunt ‘één gezin, één plan, één regisseur’;
  5. minder regels voor professionals, zodat ze meer ruimte hebben om de juiste hulp te bieden.

14. Waar is de gemeente nu verantwoordelijk voor?

De gemeente is verantwoordelijk voor:

  • het versterken van het opvoedkundig klimaat in gezinnen, wijken, buurten, scholen en kinderopvang;
  • zorgen voor voldoende kwalitatief en kwantitatief aanbod van jeugdhulp;
  • het adviseren over en het inzetten van jeugdhulp;
  • het adviseren van professionals met zorgen over een kind, bijvoorbeeld docenten, sporttrainers en jongerenwerkers;
  • het adviseren van kinderen en jongeren met vragen en problemen;
  • het indienen van een verzoek tot onderzoek bij de Raad voor de Kinderbescherming als een kinderbeschermingsmaatregel nodig is;
  • het compenseren van beperkingen in de zelfredzaamheid en de maatschappelijke participatie van kinderen en jongeren;
  • zorgen voor een toereikend aanbod van gecertificeerde instellingen;
  • zorgen voor maatregelen om kindermishandeling te voorkomen.

15. Wat is de rol van gemeenten?

Gemeenten moeten in ieder geval:

  • de jeugdige en zijn of haar opvoeders advies geven over welke hulp het beste past;
  • samen met de jeugdige en zijn of haar opvoeders een goede vorm van jeugdhulp kiezen;
  • zorgen dat de gekozen jeugdhulp ook echt beschikbaar is.

16. Hoe is de jeugdhulp in gemeenten georganiseerd?

Dat verschilt per gemeente. Iedere gemeente kent basisvoorzieningen, preventieve programma’s, eerstelijnsvoorzieningen en gespecialiseerde hulp.

  1. Basisvoorzieningen
    Dit zijn: de kinderopvang, de scholen, sportvoorzieningen, stagevoorzieningen voor jongeren etc. Basisvoorzieningen leveren een belangrijke bijdrage aan het gewoon opvoeden en opgroeien van jeugdigen. De professionals en vrijwilligers die daar werken zijn belangrijke medeopvoeders met de ouders.
  2. Preventie
    Preventie gebeurt voor een deel via landelijke voorlichtingscampagnes (zoals de advertenties en tv-spotjes voor ouders om kinderen bijvoorbeeld geen alcohol te laten drinken), de jeugdgezondheidszorg, het internet (bijvoorbeeld www.opvoeden.nl), de voor- en vroegschoolse educatie (VVE) en programma’s als De Vreedzame School.
  3. Eerste lijn (de vrij toegankelijke hulp)
    Hieronder vallen de jeugdgezondheidszorg, het Centrum voor Jeugd en Gezin, het wijkteam en de huisartsen. Generalisten in de eerste lijn zijn in staat om de basisvoorzieningen te versterken met advies en consultatie. Ze kunnen veelvoorkomende vragen van jeugdigen en opvoeders helpen beantwoorden met lichte zorg en ondersteuning. Vanuit de eerste lijn kunnen ouders en kinderen gespecialiseerde hulp krijgen.
  4. Gespecialiseerde hulp (intensievere en vaak duurdere hulp)
    De gespecialiseerde hulp is niet vrij toegankelijk. Er is een beschikking nodig om deze te krijgen.

17. Wat betekent ‘toegang tot jeugdhulp’?

Toegang tot jeugdhulp betekent dat jeugdigen toegang krijgen tot de hulp die ze nodig hebben. In de wet staat dat gemeenten de toegang tot jeugdhulp moeten organiseren, zodat gezinnen weten waar zij terechtkunnen met hun vragen. De meeste gemeenten hebben gekozen voor toegang in de vorm van wijkteams met professionals. Zij zorgen ervoor dat jeugdigen de hulp krijgen die ze nodig hebben. Naast de wijkteams kunnen gezinnen ook jeugdhulp krijgen via de huisarts, jeugdarts en medisch specialist.

Bekijk hiervoor: Eenvoudige toegangsvormen tot jeugdhulp en Wmo op de site van de VNG.

18. Welke andere wetten gaan over kinderen en jongeren?

De Wet publieke gezondheid, de Wet passend onderwijs, de Participatiewet en de Wet maatschappelijke ondersteuning zijn de andere wetten in het sociaal domein. Dit zijn de wettelijke kaders voor gemeenten als ze beleid maken waarin het kind en het gezin het uitgangspunt zijn.

Bekijk hiervoor het schema over welke wetten in Nederland gelden voor kinderen:

19. Wat hebben jeugdhulp en onderwijs met elkaar te maken?

In de Jeugdwet en de Wet passend onderwijs is bepaald dat gemeenten en samenwerkingsverbanden van schoolbesturen een plan moeten maken. Daarin moeten ze beschrijven hoe ze de jeugdhulp en het passend onderwijs willen organiseren. Beide partijen hebben de verplichting om deze plannen met elkaar te bespreken.

20. De Jeugdwet is geëvalueerd. Wat blijkt daaruit?

Uit de eerste evaluatie (januari 2018) blijkt dat de decentralisatie goed is verlopen, maar dat de transformatie van de jeugdhulp nog op gang moet komen. Er is meer tijd nodig om de doelen van de Jeugdwet te bereiken. Lees meer in het evaluatierapport op rijksoverheid.nl.

Op grond van onder andere de evaluatie van de Jeugdwet is een aantal beleidslijnen uitgezet in de vorm van het Actieprogramma Zorg voor de Jeugd, het Actieprogramma Geweld hoort nergens thuis en het Actieprogramma Kansrijke start (moet nog verschijnen).

21. Wat is het verschil tussen de transitie en de transformatie van de jeugdhulp?

De transitie gaat over de bestuurlijke en financiële overheveling van de jeugdhulp naar gemeenten. Denk aan de inrichting van de jeugd- en wijkteams, het inrichten van de bedrijfsvoering, de invoering van bekostigingswijzen.

De transformatie gaat over de inhoudelijke vernieuwing: het versterken van de preventieve voorzieningen, het verbeteren van de kwaliteit en professionaliteit, het verbeteren van de integraliteit van de hulp aan gezinnen.

22. Is de gemeente verplicht om jeugdhulp te bieden?

Ja, gemeenten hebben een jeugdhulpplicht. Dat betekent dat alle kinderen, jongeren (ook zonder verblijfstatus) en hun ouders hulp moeten krijgen als ze dat nodig hebben. De gemeente treft dan een individuele voorziening. De gemeente bepaalt zelf welke hulp vrij toegankelijk is en welke hulp een individuele voorziening is. Dit staat in de gemeentelijke verordening. Als een gemeente heeft besloten dat een kind een individuele voorziening nodig heeft, dan kan dat kind hier rechten aan ontlenen.

23. Moet de gemeente een beleidsplan maken?

Ja, de gemeente moet elke vier jaar een beleidsplan maken over de jeugdhulp.

Een beleidsplan bestaat uit de volgende onderdelen: visie op jeugdhulp, hoe wordt het beleid uitgevoerd, beoordeling en toekenning, beoogde uitkomsten, kwaliteitseisen, medezeggenschap van kinderen en opvoeders bij de uitvoering van jeugdhulp. In het beleidsplan en in de verordening staat hoe de voorzieningen van de gemeente eruitzien en waar ouders en kinderen terechtkunnen voor jeugdhulp. Ook staat erin welke afspraken zijn gemaakt met de huisarts, het onderwijs en met de justitiële ketenpartners, bijvoorbeeld de Raad voor de Kinderbescherming. In het beleidsplan en de verordening moet een groot aantal zaken zijn beschreven: preventie, jeugdhulp, kinderbescherming en jeugdreclassering. Steeds meer gemeenten maken een beleidsplan voor het hele sociaal domein.

24. Heb je als raadslid invloed op de jeugdhulp?

Jazeker, maar wel indirect. Een raadslid stuurt en controleert of de gemeente haar wettelijke taak goed uitvoert. Een raadslid kan het college aanspreken op hoe de jeugdhulp in de gemeente en regio is georganiseerd. Stel de juiste vragen: Wat zijn de belangrijkste problemen in onze gemeente waar jeugdigen en gezinnen mee te maken hebben? Welke aanpak wordt hierop ingezet? Wat zijn de beoogde maatschappelijke doelen? Zijn deze doelen concreet en meetbaar? Zitten we op de goede weg? Wat merkt een gezin hiervan? Benaderen we een gezin integraal? Waaruit blijkt dat we het goed doen? Wat zijn de cijfers?

25. Hoe is het toezicht geregeld?

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Veiligheid en Justitie houden samen toezicht op de kwaliteit van de jeugdhulpinstellingen. Raadsleden kunnen via de lokale Rekenkamer onderzoek laten uitvoeren naar het beleid van de gemeente.

26. Moet je als gemeente met scholen samenwerken?

Ja, het is wettelijk verplicht dat de gemeente en de scholen hun plannen over onder andere jeugdhulp en passend onderwijs met elkaar bespreken. Als kinderen problemen hebben, spelen die immers niet alleen op school of thuis. Samenwerken is in het belang van kinderen. Overigens valt het onderwijs onder de Leerplichtwet.

27. Mijn kind heeft geen recht op een budget vanuit de gemeente, kan ik wel terecht bij Knoest?

Wanneer je een gerichte vraag hebt over jouw kind, maar deze niet in aanmerking komt voor een budget vanuit de gemeente, kun je terecht bij Knoest. De betaling voor de begeleiding is dan particulier of bij sommige zorgverzekeraars terug te vorderen vanuit de aanvullende verzekering; alternatieve geneeswijzen.

Let op! Wanneer we een intensief traject aangaan, waarbij je kind op de groep komt en er een gezinsbegeleiding gestart wordt, kunnen de kosten voor de begeleiding snel oplopen. Wanneer wij een inschatting maken dat er een budget noodzakelijk is gezien de hulpvraag, kunnen wij ook contact opnemen met de gemeente.

28. Wat als ouders geen hulp durven of willen vragen?

We moedigen iedereen aan om in hun omgeving hulp of steun te vragen als je iets zelf niet (meer) kunt. We vragen aan iedereen om oog te hebben voor de mensen hun omgeving en voor hen klaar te staan, de eerste hulp te bieden en hen te helpen om hulp te vragen.

29. Wat is passend onderwijs?

Elk kind heeft recht op goed onderwijs. Ook kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. Passend onderwijs beoogt dat zo veel mogelijk leerlingen regulier onderwijs kunnen volgen. Want zo worden ze het best voorbereid op een vervolgopleiding en doen ze zo goed mogelijk mee in de samenleving.

Passend onderwijs

30. Verdwijnt het speciaal onderwijs?

Het speciaal onderwijs verdwijnt niet. Kinderen die het echt nodig hebben, kunnen nog steeds naar het speciaal onderwijs.

31. Waar kan ik terecht als ik zorg voor mijn kind nodig heb of vragen heb over jeugdhulp?

De gemeenten moeten zorgen dat jeugdigen en ouders hun vragen dicht bij huis kunnen stellen en dat zij jeugdhulp krijgen als dat nodig is. Dit betekent dat de gemeente ervoor moet zorgen dat er voldoende goede jeugdhulp beschikbaar is. De gemeente gaat niet zelf de jeugdhulp uitvoeren. De gemeenten maken afspraken met aanbieders van jeugdhulp en die afspraken worden vastgelegd in contracten.

32. Waarom wordt de gemeente verantwoordelijk?

De regering heeft besloten dat het jeugdzorgstelsel op de schop moet. Veel mensen vinden bovendien dat jeugdhulp nu te ingewikkeld is georganiseerd. Er zijn veel organisaties, veel regels en er is nogal wat bureaucratie. Omdat het zo ingewikkeld is, krijgen jeugdigen en ouders niet altijd wat ze nodig hebben. De regering wil dat jeugdhulp dicht bij gezinnen wordt georganiseerd.
De verantwoordelijkheid voor de jeugdhulp is nu versnipperd over rijk, provincies, gemeenten en zorgverzekeraars, waardoor het lastig is om de jeugdhulp beter te organiseren. Daarom wordt alle jeugdhulp nu bij één overheid belegd. Alle huidige budgetten voor jeugdhulp worden samengevoegd en komen onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten. De transitie van de jeugdhulp naar gemeenten moet zorgen voor betere en goedkopere jeugdhulp.

33. Wat valt er onder jeugdhulp?

In de nieuwe wet wordt gesproken over jeugdhulp. Daar valt het volgende onder:

  • ambulante jeugdhulp;
  • geestelijke gezondheidszorg (GGZ) voor jeugd;
  • zorg en ondersteuning voor jeugd met een beperking, dus ook jeugd met een verstandelijke beperking;
  • JeugdzorgPlus (gesloten jeugdzorg);
  • pleegzorg;
  • residentiële jeugdhulp (kinderen en jongeren verblijven buiten hun eigen omgeving en krijgen hulp, bijvoorbeeld in gesloten of open leefgroepen);
  • jeugdbescherming;
  • jeugdreclassering.

Onder deze vormen van hulp valt ook de hulp voor jeugdigen die voorheen onder de AWBZ viel en onder de ziektekostenverzekering. Jeugdhulp kan verleend worden in natura of in de vorm van persoonsgebonden budget.

34. Verschillen gemeenten in hoe zij de jeugdhulp in hun gemeente regelen?

Ja, dit verschilt soms. Alle gemeenten organiseren de zorg voor hun inwoners zo goed mogelijk. Volgens de Jeugdwet krijgen gemeenten ruimte om eigen keuzes te maken. Hierdoor ontstaan verschillen, maar ontstaat vooral ook maatwerk. Dit betekent meer dan voorheen dat hulp, ondersteuning of begeleiding is afgestemd op de vraag. Ook houden professionals zich aan kwaliteitsstandaarden die landelijk zijn afgesproken. Uiteraard handelt de gemeente binnen de regels van de Jeugdwet. Zo heeft een gemeente een jeugdhulpplicht, die inhoudt dat de gemeente moet zorgen voor een kwantitatief en kwalitatief passend aanbod.

35. Kan ik begeleiding op school krijgen voor mijn kind?

Het is mogelijk om met elkaar te onderzoeken of jouw kind recht heeft op het pakket dat geboden kan worden op school vanuit de Jeugdwet. Knoest heeft een pakket ontwikkeld (Kindgerichte begeleiding in de klas) waarin het mogelijk is om in samenwerking met de leerkracht, kind en begeleiding te onderzoeken op welke wijze jouw kind leert. Misschien sluit dit niet aan bij de wijze die aangeboden wordt op school. Daarnaast kan dit pakket ook ingezet worden wanneer je kind dreigt uit te vallen.